Jan Beijers van Voxdael, de oudste zoon van Maximiliaen Beijers en Elisabeth Firens, volgde in 1590 zijn oom Peeter op als secretaris of schepenklerk. Hij was ook publiek notaris en procureur. Bij vonnis van 11 juli 1594 van de schepenen van Wuustwezel, gewezen op verzoek van de heer Mathijs van Hulsel, pastoor van het dorp, werd hij tot diens voogd aangesteld om hem in al zijn zaken te assisteren.
Hij huwde met Dinge Jan Sijmons, van wie hij drie zonen en een dochter had.
| |
| 1. Jan |
| 2. Peeter |
| 3. Maximiliaen |
| 4. Maeijken |
Jan was volgens een verklaring van 29 augustus 1612, toen 14 jaar oud. Hou moet dus rond 1598 geboren zijn. Jan is vermoedelijk in de leer gegaan bij zijn oom Cornelis, de smid uit Aalst, want in 1624 woonde hij bij hem in toen was zijn vader al overleden). In een ongedateerde verklaring van het gemeentebestuur van Wuustwezel, die vermoedelijk als aanbeveling moest dienen, wordt gezegd: Alsdat Jan Beijers van Vocxdael jongman en een der slootmaecker van sijnen ambachte is een ingeboren van desem dorpe van Wuestwesele ende dat deselve een jongman met eere staende ende eertijts gestaen hebbende tot goede naeme ende fame ende echtelijck gecomen ende geboren van wijlen Jan Beijers van Vocxdael secretaris was alhier ende van Dingne Jan Sijmens zijn ouders, die oock waeren ingeboren alhier ende van goede ende catholicken leven, handel ende conversatie. Jan vestigde zich te Roosendaal en trad in het huwelijk, wanneer is niet precies geweten, met Joanna Jenneken Pieters, waarvan het doopregister twee kinderen vermeldt, Joanna (13 mei 1629), en Maria (1 februari 1641) die dus veel later pas gedoopt werd. Weinige tijd nadat de broers en zusters de nalatenschap van hun ouders hadden verdeeld, gaf Jan een deel van de hem toebedeelde loten voor 20 jaar in pandschap aan zijn oom Adriaen Godtstouwers, en cedeerde andere delen aan zijn broers Maximiliaen en Peeter. Het parochieregister van Roosendaal maakt geen melding van zijn overlijden. In een schepenakte van 8 maart 1650 van Wuustwezel wordt nochtans terloops aangestipt dat hij in dit dorp overleden is, en dat zijn broer Peeter Beijers met het voogdijschap over zijn minderjarige kinderen belast werd.
Peeter is de stamhouder en komt verder aan bod.
Maximiliaen was de derde zoon en was in 1615 nog minderjarig. Op 15 februari 1632 trad hij te Wuustwezel in het huwelijk met Adriaentien, dochter van Pauwel van Eeckel. Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen voort: Dimphna werd gedoopt op 11 november 1633 en ze huwde op 30 juli 1674 (toen dus 41 jaar) met Sijmon Jaspar Peeters. Zij overleed in 1697 zonder wettige kinderen na te laten. haar broer Jan werd haar erfgenaam en stelde zich in datzelfde jaar met haar man akkoord over de nalatenschap. Jan werd gedoopt op 23 februari 1635. Maria, ook Maeijken genaamd, werd in 1636 geboren. Ze trad op 15 oktober 1662 in het huwelijk met Jan Willem Pauwels van Velthoven. Maximiliaen en Adriaentken, de ouders van deze drie kinderen, wisten het bezit, dat ieder van hen van hun ouders geërfd had, tijdens hun huwelijk aanzienlijk te vermeerderen; ze waren derhalve zeer vermogend geworden. Maximiliaen overleed op 10 mei 1631, zo vermeld een archieftekst. Het zal echter wel 10 mei 1641 geweest zijn. Adriaentien hertrouwde met Jan Aert's Grauwen. Na de staat en inventaris gemaakt te hebben van alles die Maximiliaen metter doodt ende achtergelaeten heeft, en overgedragen te hebben aan de voogden en toeziender van de drie minderjarige kinderen, werd bepaald dat Adriaentien met haar nieuwe man, de drie kinderen, Dingen, Jan ende Maeijken, sal onderhouden in eten ende drincken, cleeden ende reeden sieck ende gesont, te lieve ende te leede; dat zij die kinderen naar school zal laten gaan om ze te laten leren lezen en schrijven, daermede de selve hen sullen connen behelpen, alles eerlijck ende tamelijck nae haeren state en dit tot de tijd dat het jongste kind, met name Maeijken, 17 jaar oud zal geworden zijn. Adriaentien stierf zelf op 22 oktober 1678.
Maeijken is de enige dochter. Zij trad in het huwelijk met Gijsbrecht Claessen.
Jan Beijers van Voxdael overleed vroeg, namelijk einde 1610. Kort daarvoor, op 28 augustus, trof hij met zijn vrouw voor de schepenen van Wuustwezel een overeenkomst waarin beide partijen uitdrukkelijk bedongen: 1. Dat de langstlevende voor zich zou mogen houden al de havelijke en roerende goederen, de actien en crediten die de eerste aflijvige zou nalaten mits de eventueel bestaande schulden te voldoen. 2. Dat hij of zij het vruchtgebruik zou genieten van de onroerende goederen. 3. Dat de langstlevende de kinderen eerlijcke nae hueren staete sal onderhouden ende ophelpen ende tot staet comende, vuijt te setten zoo een vader ende moeder schuldich selen sijn te doene, ende soo de kinderen dat selen comen te verdienen tegens hun ouders en ten slotte dat hij of zij aan elk kind tot eerlijcken staet comende de som van 50 gulden zal uitreiken, welke som gebeurlijk van het ene kind op het ander zal versterven.
Jans weduwe, Dinge Jan Sijmons, hertrouwde met Adriaen Bolckmans. Zij overleed op 25 januari 1628. Haar vier hiervoor genoemde kinderen verdeelden op 17 november de goederen die hun vanwege hun vader en hun moeder nagelaten waren, onder elkaar.
Sponsored Links |