Generatie VII
Peeter Jan Beijers

    Peeter (Jan) Beijers (zonder het addendum van Voxdael !) was de tweede zoon van Jan Beijers van Voxdael en van Dimpna Jan Sijmons. Hij werd naar schatting rond 1600 geboren. Op 22 juli 1627 trad hij te Wuustwezel in de echt met Anna Willems van Wouwe, dochter van Willem van Wouwe Wouters zoon.
    Peeter Beijers was een bijzonder ondernemend man. Bij de verdeling van de ouderlijke nalatenschap, werd Peeter bedeeld met de hoeve en de daarbijhorende kavels, gelegen in het gehucht Over de Brugge. Kort daarop kocht hij van zijn broer Jan een paar der loten die deze bekomen had. In de loop der jaren schafte hij zich nog menig eigendom aan, zodat hij een welstellend landbouwer werd. In 1647 was hij burgemeester en gedurende verscheidene jaren vervulde hij het ambt van schepen.
    Zijn ondernemendheid bleek ook uit volgende historie. Eens werd Peeter voor de wethouders gedaagd als vader van een gecalengierde zoon. Op de zitting van 3 oktober 1654, waarop de schout hem had doen verschijnen, doch waar hij niet opdaagde, legde deze hem ten laste dat de gedaeghde, Peeter Jan Beijers dus, oft wel een van sijne familie vervoordert heeft op Ste Berthelmeusdach lestleden onder de misse met zijn kerre oft waghen torff te haelen dwelck met ordonnantie opt onderhouden van Sondagen en heijlichdaghen gemaeckt is verboden ende waerover den gedaeghde sone is gecalengiert door den voster alhier en eiste de schout dat hij veroordeeld zou worden in de pene van vier gulden eens oft in andere meerdere oft mindere pene als naer recht bevonden sal worden te behooren. Op de volgende zittingsdag, die op 13 oktober gehouden werd, kwam Peeter in persoon verklaren niet geweten te hebben dat de saeke in rechte was gepresenteert en beloofde ad primam te antwoorden prout consilii. Het register der akten judicieel waarin deze inlichtingen staan, rept verder niet over dit geval, wat doet veronderstellen dat Peeter met de schout tot een overeenkomst is gekomen, de geëiste boete van 4 gulden heeft betaald en dat de zaak vervolgens van de rol werd geschrapt.
    Uit Peeter's huwelijk met Anna kwamen acht kinderen voort:
 

Peeter Jan Beijers x Anna Willems van Wouwe
                                    1. Jan I
                                    2. Jan II
                                    3. Cornelis
                                    4. Margareta
                                    5. levensloos
                                    6. Cathelijne
                                    7. Maria
                                    8. Willem

    Jan werd naar zijn grootvader genoemd, werd op 7 mei 1628 gedoopt, maar overleed reeds op 20 april 1630.
    Jan, een tweede zoontje, werd gedoopt op 16 maart 1631 te Wuustwezel. Toen hij 24 was (op 26 november 1654) trad hij in het huwelijk met Maeijken Laureijssen, soms ook wel Lenders of Leijs genoemd. Na het overlijden van zijn vader in 1656 nam hij het voogdijschap waar over zijn jongste en toen nog minderjarige broer Willem. In 1663 was hij burgemeester, wat hem veel last veroorzaakte, omdat verschillende dorpsgenoten in gebreke bleven de verschuldigde dorpslasten tijdig te betalen en bepaalde collecteurs eveneens te kort kwamen aan hun plicht om de geïnde lasten aan hem af te dragen. Vervolgens werd hij aangesteld tot schepen, een ambt dat hij tot aan zijn overlijden heeft waargenomen. Jan woonde op het gehucht Achter de Brugge en baatte er zijn eigen hoeve uit. Hij heeft vier kinderen gehad, waarvan Maria en Cornelis, die respectievelijk op 23 oktober 1655 en op 23 augustus 1658 gedoopt werden, in hun kinderjaren gestorven zijn. Peeter werd op 9 januari 1657 gedoopt. Uit een huwelijk (in 1684) met Catharina Lenaerts, dochter van Gerrit Lenaerts en Cornelia van Gorp, afkomstig uit Essen (!), kwamen niet minder dan elf kinderen voort: Cornelis, Cornelia, Jan, Peeter, Huijbrecht, Willem, Lenaert, Maria I, Maria II, Dimpna en Catharina. Van deze elf zijn er wel slechts vier tot een zekere volwassenheid gekomen. Al de rest is (te) jong gestorven. Deze Peeter woonde met zijn gezin in Gooreind en was er boer. De jongste van Jan Beijers tot slot, was een dochter, Elisabeth genaamd. Zij werd op 2 maart 1666 gedoopt en huwde met Cornelis Pauwels Adriaensse Sijmons.
    Cornelis, de stamhouder, werd gedoopt op 8 december 1632. Meer informatie over hem vind je verder.
    Margareta werd gedoopt op 27 maart 1635. Ze huwde met Cornelis Janne Goossens en overleefde hem. Ze hertrouwde met Cornelis van Beeck en schonk haar tweede man een dochter. Deze Cornelis was vermoedelijk de zoon van Gabriel van Beeck en woonde Achter de Brugge toen hij op 30 augustus 1686 overleed.
    Het vijfde kind kwam levensloos ter wereld en werd op 2 oktober 1638 begraven.
    Cathelijne, wiens geboorte niet in het parochieregister vermeld staat, was gehuwd met Cornelis van Velthoven. Zij overleed voor januari 1701. Haar kinderen en erfgenamen verdeelden op 17 januari van dat jaar de goederen die hun ouders hun nalieten.
    Maria werd op 6 mei 1645 gedoopt en zou op 11 februari 1672 overleden zijn. Ze zou gehuwd zijn, maar het is niet geweten met wie.
    Willem, de jongste, werd op 3 oktober 1647 gedoopt te Wuustwezel. Hij is met zijn broer Cornelis bij zijn moeder blijven wonen tot haar overlijden, waarom hij door haar in haar testament extra werd bedacht. Willem is driemaal gehuwd geweest. De eerste keer met Maria Adriana Luijcx. Dit huwelijk werd op 14 januari 1673 te Loenhout ingezegend. Op 7 januari 1674 werd hun zoontje Peeter gedoopt, maar hij overleed reeds op 13 maart van datzelfde jaar. Op 22 januari in dat jaar maakten Willem en Maria hun testament en bedongen dat de langstlevende de meubelen zou mogen behouden en het vruchtgebruik van de onroerende goederen genieten, doch dat deze sal schuldich sijn hun beijder kindt alreede verweckt en die noch te verwecken, te onderhouden van eten, van lijnen ende wolle, sieck ende gesondt, te lieve ende te leede, eerlijcken ende tamelijcken ter schole houden gaen om te leeren leezen... en bovendien aan elk kind dat de ouderdom van 18 jaar zal bereiken, in de echt zal treden of een geapprobeerde staat aangaan, een bedrag van 60 gulden te betalen. Maria Luijcx overleed in 1674, waarna Willem weduwnaar bleef tot 1681. In dat jaar trouwde hij met Maria Cuijlaerts, die drie kinderen ter wereld bracht (Anna, 1683; Peeter, 1684; Gertrudis, 1686), alle jong gestorven. Maria Cuijlaerts overleed in november 1686. Willem trouwde voor de derde maal, in 1689, met Martina Gerardi, die al weduwe was van Jan Adriaen Goossen Aerts. Uit dit derde huwelijk werden nogmaals drie kinderen geboren (Catharina, 1691; Jan, 1695; Maria, 1700). Willem Beijers kende dus geen gelukkig echtelijk leven, en misschien ook daarom is het beheer van zijn goederen ook allerminst goed verlopen. Geleidelijk aan heeft hij al zijn bezit moeten verkopen om de talrijke schulden van allerlei aard te voldoen. Daarvoor werd hij ook menigmaal voor de vierschaar gedaagd. Hij overleed op 23 maart 1718 en liet aan zijn derde vrouw en het enig overgebleven kind zo goed als niets na. Toen na het overlijden van zijn derde vrouw, Martina, de overgebleven meubelen en goederen verkocht werden, overtroffen de kosten van de veiling (65 gulden) de opbrengst ervan (50 gulden), zodat kinderen en kleinkinderen moesten bijpassen.

    Peeter Beijers overleed op 29 juni 1656. Zijn vrouw Anna Willems van Wouwe overleefde hem nog enkele jaren en ontbood op 13 oktober 1664 de schepenen om akte te nemen van haar testament. Zij was toen reeds ziek en lag te bed. Aan twee van haar haar kinderen, Cornelis en Willem, die haar in het huijhouden getrouwelijck gedient en bijgestaen hebben, voorziet zij een bijzonder legaat. Aan Cornelis schonk zij het beste paard en Willem bedacht zij met een som van 100 Karolusgulden. Over al haar andere goederen besliste zij dat die moesten gepaert ende gedeijlt worden bij haer kinderen gelijckelijck, doch dat Cornelis, die nog ongehuwd was, voor zijn uijtsetsel sal trecken de beste koe die zij bij haar overlijden in haar stal zal hebben en dat Willem voor sijn uijtsetsel oft houwelijck goet sal proffiteren ende ontfanghen gelijck als haere andere kinderen ten houwelijcken gecomen, genoten ende geprouffiteert hebben gehad. Slechets een tiental dagen  nadat dit testament was ondertekend, namelijk op 23 oktober 1664, overleed Anna Willems van Wouwe, en op 13 januari 1665 verdeelden haar vijf overgebleven en hiervoor genoemde kinderen de erfelijke goederen van hun ouders.




BEGINPAGINA
>>
<<
FreeHomePages.Com
 Sponsored Links
This site is hosted for free by FreeHomePages.Com

DISCLAIMER: FreeHomePages.Com is in no way responsible for content contained within this page. If you feel that this site contains offensive material or material that doesn't comply with our Publisher's Terms please contact us to report abuse.